Na de dood 

Hoe bereiden wij ons voor op het leven na dit leven?

Is er leven na dit leven of eindigt het allemaal op het moment dat wij sterven?

Er zijn levensbeschouwingen en culturen die leren dat het bestaan niet ophoudt na de dood. In onze westerse cultuur echter gaan velen er vanuit dat alles eindigt met de fysieke dood. Vaak ook hoor je zeggen: Ik zie het wel als het zover is.

En als ons bestaan na de dood toch een vervolg krijgt? Kunnen we dat dan na het sterven wel waarnemen? Hoe kunnen we herkennen wat we niet kennen? En zouden we ons dan niet op die 'reis' willen voorbereiden?

Renée Zeylmans, psychosociaal therapeut en auteur van boeken over stervens- en rouwbegeleiding, heeft zich lang verdiept in de vraag of er leven na dit leven is. In dit boek wil zij haar bevindingen delen met de lezer. Om het onbekende herkenbaar te maken en dichterbij te brengen. Om vertrouwd te maken wat ons vreemd is…

Dit boek is 6 juni 2012 verschenen. In juli 2015 verscheen de nieuwe druk bij Uitgeverij Cichorei.

Na de dood
Hoe bereiden wij ons voor op het leven na dit leven?
Paperback, 148 blz. 17,50
ISBN 9789491748332

De achterplattekst

Er zijn levensbeschouwingen en culturen die leren dat het bestaan niet ophoudt na de dood. In onze westerse cultuur echter gaan velen ervan uit dat alles eindigt met de fysieke dood. Vaak ook hoor je zeggen: ‘lk zie het wel als het zover is.'

En als ons bestaan na de dood toch een vervolg krijgt? Kunnen we dat dan na het sterven wel waarnemen? Hoe kunnen we herkennen wat we niet kennen? En zouden we ons dan niet op die ‘reis' willen voorbereiden, zoals we ons ook voorbereiden op onze aardse reizen, vakantie, emigratie enzovoort?

Als we ons op aarde reeds oriënteren, is dat ook een grote hulp voor onze gestorvenen. Wij zullen doorwerken in hun rijk en zij zullen doorwerken in ons leven.
Laten we onze ver weggezonken herinnering proberen naar boven te halen. Deze weg is ons niet vreemd! Eens zijn we hem gegaan! Zoals bij de geboorte op aarde langzaamaan de herinnering aan ons voorgeboortelijke leven vervaagt, zo komt veelal bij het naderbij komen van het sterven de herinnering weer naar boven. We wagen ons in dit boek aan een ‘wegwijzer' voor de geestelijke wereld in de vorm van een lemniscaat, de eeuwige cirkelgang van komen en gaan.

Eerder onder dezelfde titel verschenen bij Nearchus cv, Assen 2012.

Bij de omslagafbeelding

De negen engelenkoren

Hildegard von Bingen (1098-1179), miniatuur uit het visioenenboek Liber Scivias (‘Ken de wegen') I, 6, ca. 1152
Het visioen van Hildegard von Bingen beschrijft de negen engelenkoren, met aanduiding van hun naam en eigenschappen. Van buiten naar binnen treffen we aan: engelen, aartsengelen, archai, exousiai, dynameis, kyriotetes, tronen, cherubijnen, serafijnen.

Hildegard beschrijft in dit visioen géén ‘drie maal drie' koren. In het visioen komen eerst de engelen en aartsengelen; ze vormen een soort ‘slagorde' of ‘legioenen', en ‘deze legioenen omringden als een kroon (als in een cirkel) vijf andere legioenen'. Na de beschrijving van deze legioenen wordt aangeduid: ‘Maar ook deze legioenen omgaven, als een soort kroon (als in een cirkel), twee andere koren'. Met andere woorden: twee koren omvatten vijf koren, en deze omvatten dan weer twee koren.

Het lijkt erop alsof men de koren van onderaf bekijkt, als in een koepel, in een terugwijkend perspectief; de eerste koren ‘omvatten' de latere, omdat die laatste hoger gelegen zijn en dichter bij God; het soort visuele ruimte dat men in met engelenkoren of andere taferelen beschilderde kerkkoepels aantreft, waarbij de onderste schilderingen in feite minder belangrijk zijn dan de hoger gelegen schilderingen, en uitmonden op een opening in de koepel: het licht, de glans van het licht, daar waar God is, die alles met zijn licht overspoelt en leven geeft, en niet uitgebeeld kan worden.

Zie ook www.boristodoroff.info

Inhoudsopgave

Voorwoord

Inleiding

1 Na de dood (een korte voorbeschouwing)
Intermezzo En degenen die achterblijven? 
2 Op reis
Intermezzo Zicht krijgen op je leven – het schrijven van je levensverhaal 
Proloog 1
3 De hemelse hiërarchieën 
4 De beschermengel 
5 De lemniscaat 
Intermezzo De sterrenwereld 
6 De wachter op de drempel 
Intermezzo De derde hiërarchie 
Proloog 2 
7 Het maangebied 
8 Het kamaloka 
Intermezzo Op aarde reeds beginnen met het kamaloka? 
9 Na het kamaloka 
Intermezzo Natuurrampen 
10 De Mercuriussfeer 
Intermezzo Communicatie 
11 De Venussfeer 
Proloog 3 
12 De Zonnesfeer 
Proloog 4 
13 De Marssfeer 
14 De Jupitersfeer 
15 De Saturnussfeer 
Intermezzo De ouderdom 
16 Het wereldmiddernachtelijk uur 
17 De terugweg naar het aardeleven 
18 Geboren worden 1

Tot slot Wat mij bewogen heeft... ‘Ik zie wel als het zover is' 

Verklarende woordenlijst 

Literatuur 

Voorwoord

Het is met enige schroom dat ik mij aan het onderwerp in dit boek waag. Hoe kan ik ooit verwoorden wat eigenlijk onuitsprekelijk is? Het grote mysterie van het leven na de dood laat zich niet in menselijke taal vertolken! Toch, al is het stamelend, wil ik het proberen zonder de pretentie te hebben volledig te zijn. Wellicht kunnen we een schittering opvangen in onze spiegel - een glimp van wat zo onuitsprekelijk en ver lijkt, maar wat wij soms, onverwacht en onvermoed, zo onuitsprekelijk nabij kunnen voelen: ons moederhuis, de geestelijke wereld.

Het inzicht van waaruit ik dit trachtte te schrijven, is te danken aan Rudolf Steiner die deze kennis voor onze tijd door de geesteswetenschap antroposofie opnieuw toegankelijk heeft gemaakt. Vele ingewijden vóór hem hebben dit reeds verwoord op een wijze die in hun tijd begrepen kon worden.

Voor ons, mensen van deze eeuw, is het bijna ondenkbaar geworden om de planeetsferen in een licht te zien zoals hier beschreven. Zo ook het begrip dat tijd tot ruimte wordt! Het vereist een totaal ander inzicht dan wij nu met onze aardse begrippen gewend zijn.

Maar het is in feite niet nieuw als we teruggaan in de historie naar het oerbegin. Geen oerknal, maar een Goddelijke ontwikkeling van de mens, die was, die is en worden zal. En van de engel-schare die ook nog steeds in ontwikkeling is. Pas als we het niet afwijzen - ”wat ik niet weet of zie, hoeft nog niet onwaar te zijn” - opent de geestelijke wereld zich en kan het 'vergeten' bovenzinnelijk weten zich langzamerhand voor ons openen. Maar… als we het afwijzen, kan het geen toegang tot ons vinden; als we de taal niet leren, kunnen we het ook niet verstaan.

Om erover te schrijven, om erover te kunnen spreken, was en is voor mij een levensweg. Niet klakkeloos overnemen, maar diepgaand beleven, onderzoeken, 'de vragen leven en daardoor een fractie beleven van wat we zijn vergeten: de herinnering aan ons 'thuisland'. Het sterven van dierbaren en het aanwezig mogen zijn aan het sterfbed, de vele ontmoetingen in mijn gespreks-praktijk met rouwenden en hun en mijn ervaringen droegen eraan bij om het geesteswetenschappelijk denken te verinnerlijken.

Zo is het mij enigszins vergaan nu ik, zo'n driekwart eeuw op aarde, probeer hier woorden aan te geven. Theorie werd een werkelijkheid, werd verstaanbaar; innerlijke bewijzen worden ons geschonken; we gaan het herkennen. Want deze weg, deze scholingsweg, staat voor iedereen open. Vaak is het juist wanneer de zogenaamde uiterlijke zekerheden in het leven wegvallen, ook bij het ouder worden, dat de herinnering kan 'opstijgen', want eens zijn we deze weg door de Hemelse Hiërarchieën in onze vele incarnaties gegaan: de heen- en terugweg bij geboorte en sterven.
Laten wij ons verwonderen!

Tot slot

Wat mij bewogen heeft… ”Ik zie wel als het zover is”

Jacques Lusseyran (1924-1971) wordt op 7½ jarige leeftijd door een ongeluk blind aan beide ogen. Maar deze blindheid brengt hem tot een nieuw zien van de wereld. Jarenlang heeft zijn levens-geschiedenis, die hij zelf beschreef in Het teruggevonden licht, mij gefascineerd. Hier worden waarheden beleefd en uitgesproken die van onmetelijk belang zijn voor het 'zien' in de geestelijke wereld na ons sterven.

Gezegden en spreekwoorden zijn waarheden vanuit een oud weten, zo'n uitdrukking is bijvoorbeeld: de ogen zijn de spiegel van de ziel.

In plaats van mij hardnekkig vast te klampen aan de beweging van het oog dat naar buiten kijkt, keek ik nu veeleer van binnenuit naar mijn innerlijk. Ik werd mij bewust van een stralend licht, maar ik wist niet waar het vandaan kwam, de lichtbron had evenzeer binnenin als buiten mij kunnen zijn. Maar ik was er zeker van dat er licht was: Het Licht.

Ik wist dat ik niet zelf het licht was maar ik baadde erin als in een element dat ik door mijn blindheid plotseling veel nader was gekomen. Het tegenovergestelde van het licht bestond voor mij echter niet. De nacht bestaat niet, want alle uren die ik wakker was en zelfs in mijn dromen heb ik geleefd in een stroom vol licht. Zonder ogen was het licht veel bestendiger dan het met ogen geweest was. Ik zag een wereld die geheel doortrokken was van licht, die door het licht en vanuit het licht leefde, ook alle kleuren van de regenboog bleven bestaan.

Het licht spreidde zijn kleuren over dingen en wezens. Alle mensen die ik tegenkwam hadden allemaal hun geheel eigen kleur, die maakte een even diepe indruk op mij als vroeger hun gezichten. Ik ben zelfs tot de wonderbaarlijke ontdekking gekomen, dat een stem, de stem van een mens, een afbeelding van die mens doet ontstaan, wanneer ik de stem van een mens hoor, neem ik onmiddellijk zijn gestalte, zijn ritme en de meest van zijn bedoelingen waar.

Wat men gewoon heel goed moet inzien, is het feit dat het zien niet alleen uit de werking van de ogen bestaat. Het zien, het vermogen tot zien, bestaat voor het instrument dat gevormd wordt door onze ogen. De oorsprong van het licht ligt niet in de uiterlijke wereld. Dat geloven we alleen op grond van een gemeenschappelijke illusie. Het licht is daar, waar ook het leven is: binnenin onszelf.

-Jacques Lusseyran-

Hier wordt ons een waarheid verteld van een waarneming die voor de gehele mensheid van groot belang is … Straks, na de dood hebben we onze fysieke zintuigen afgelegd. We nemen mee wat we ons op aarde aan blijvende waarden hebben verworven door ons ik-bewustzijn, ons Ik dat eeuwig is en van incarnatie tot incarnatie gaat. Zoals we op aarde met fysieke ogen nooit het licht hebben gezien, maar slechts de voorwerpen die door het licht beschenen zijn (we zien geen licht, maar we zien dankzij het licht), zo is na ons sterven alleen datgene herkenbaar dat we ons op aarde aan geesteswetenschap hebben eigengemaakt. Anders herkennen we het niet; we zijn dan blind!

Hoe vaak wordt niet over na het sterven gezegd: ”ik zie wel als het zover is!”

Hebben we door gemakzucht het allerbelangrijkste op aarde verslapen?

Het licht schijnt in de duisternis maar de duisternis heeft het niet begrepen.
Evangelie van Johannes 1:1

Lusseyran vertelt ons nog een andere belangrijke waarneming:

”Toen ik blind werd, merkte ik dat er een innerlijke ruimte bestaat. En deze ruimte verandert van formaat, ook alweer in samenhang met mijn innerlijke toestand. Verdriet, haat, onvriendelijkheid, jaloezie of angst verduisterden mijn heelal niet alleen, ze maakten het ook kleiner. Het aantal dingen dat ik innerlijk met één blik in me kon opnemen, nam af. Ik stootte me overal aan, in de meest letterlijke zin van het woord . In mijn innerlijk veranderden wezens en dingen in hindernissen. Omgekeerd echter, wanneer ik gelukkig en rustig was, de mensen met vertrouwen tegemoet ging en vriendelijk over hen dacht, had dat dadelijk een openbreken en lichter worden van de ruimte tot gevolg.”

De vreugde komt niet van buiten, maar is in ons, wat er ook met ons gebeurt.

De duisternis van het niet-herkennen in de geestelijke wereld van wat we ons op aarde niet hebben eigen gemaakt, heeft mij diep bewogen en ertoe gebracht te proberen iets in beweging te zetten dat als een lichtstraal tot over de dood kan reiken. Het is van levensbelang dat wij ons hier op aarde reeds oriënteren op dit leven na het leven.

Hier kan ook een taak liggen voor nabestaanden om de gestorvenen vanuit liefde, vanuit een diepe zielsverbondenheid te 'vertellen' over de geestelijke wereld waarin ze nu vertoeven. We zijn niet van hen gescheiden door onze realiteit. We zijn alleen van hen gescheiden door de staat van ons bewustzijn; we verkeren met de doden in een gemeenschappelijke wereld!

Recensies

Hoe bereiden we ons voor op het leven na dit leven?

Renée Zeylmans is geïnspireerd door het gedachtengoed van Rudolf Steiner en geeft op inzichtelijke wijze aan door welke planetensferen de mens na het overlijden reist.

Hoewel ik er vaker over gelezen heb, is deze materie altijd een beetje ”een ver van mijn bed show”gebleven. Haar is gelukt wat andere auteurs niet is gelukt: voor het eerst kon ik mij verbinden met deze zienswijze en meevoelen wat voor ongekende grootsheid achter deze visie schuilt. Teveel om hier even aan te stippen.
Haar aansporing om vanuit het aardse leven de gestorvenen te ondersteunen is uitnodigend en duidelijk uitgelegd. En haar blik op de leeftijd boven de 72 jaar en de kansen die deze fase in zich draagt als een geschenk geeft een andere en bijzondere kijk op de ouderdom.

Uit: tijdschrift Wending (Elisabeth Kübler-Ross), door Marion Kuipéri

Na de dood

”Alle ruimte is vol van tegenwoordigheid van hen die nu een eeuwige, onzichtbare vorm hebben”(John O'Donohue), zo vermeldt het boek Na de dood van Renée Zeylmans.

Bij de stervende verandert de gewaarwording van de stoffelijk-zichtbare wereld langzaam in een innerlijk gewaarworden. Het ”zilveren koord”wordt verbroken, het lichaam blijft achter en de ziel gaat van de zichtbare naar de onzichtbare wereld.

Hoe bereiden we ons voor op het leven na dit leven? Het boek wil een reisgids zijn op de weg door geestenland. Tijdens de tocht langs de planetensferen ontmoeten wij de hoge wezens in de negen Engelenkoren, die wij de negen hiërarchieën noemen. Al in het aardeleven kunnen wij in zekere mate ons bewust worden van deze engelenkoren, bijvoorbeeld door ons te verbinden met dierbare gestorvenen.
Als wij doorwerken in hun rijk, zullen zij doorwerken in ons leven.

De vele spreuken en gedichten geven een bijzondere sfeer aan dit troostrijke boek.

Uit: tijdschrift Motief door Dina Pranger

Reacties en recensies

Dag Renée,

Gedurende de afgelopen maanden ben ik steeds met je nieuwe boek ”Na de dood, hoe bereiden we ons voor op het leven na dit leven?” bezig geweest. Ik heb nu alles minstens één keer gelezen!

Je maakt de wereld nà de dood, en de voorbereiding daarop, zeer toegankelijk. Ik was al eens rechtstreeks Steiner aan het lezen, maar kwam daar niet zo makkelijk doorheen. Jij hebt het alvast een stukje ”voorverteerd” en uitgezocht, zodat het voor mij allemaal veel vatbaarder is geworden. Ik durf nu verder met Steiner te gaan!

Vooral je persoonlijke intermezzo's en toegevoegde spreuken en gedichten spreken me erg aan.

Kortom je boek is voor mij (weer, naast je eerdere boeken) een aanwinst, die nog lang op tafel zal blijven liggen om zo nu en dan een stukje in te lezen.

Heel veel dank,
Met hartelijke groet,
Floortje Bedaux

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Renée Zeylmans is bekend als psychosociaal therapeut – vooral voor –stervens-en rouwbegeleiding, maar ook als auteur van verschillende boeken op dit gebied. Onlangs verscheen haar nieuwste titel: Na de dood; hoe bereiden wij ons voor op het leven na dit leven?

Waar nog niet zo heel lang geleden de meeste mensen een angstvallig zwijgen bewaarden als het ging over hun gedachten over sterven en de mogelijkheden van een leven na de dood, zo lijkt het taboe op de dood meer en meer te verdwijnen. Of er een oorzakelijk verband bestaat is niet duidelijk, maar met het slijten van het stervenstaboe, lijkt het aantal mensen in de westerse samenleving dat ervan uitgaat dat er na hun fysieke verscheiden een andere leven volgt, omgekeerd evenredig te stijgen. En in opdracht van een theologische denktank uitgevoerde enquête onder 2060 mensen, leert dat 53 procent van de bevolking gelooft in een leven na dit leven, 55 procent in reïncarnatie. Wat dat betreft sluit het nieuwe boek van Renée Zeylmans – Na de dood, hoe bereiden we ons voor op het leven na dit leven? – goed aan bij de vragen waar veel mensen tegenwoordig mee rondlopen.

‘Het inzicht van waarui ik dit trachtte te schrijven,'schrijft Renée Zeylmans,''is te danken aan Rudolf Steiner die deze kennis voor onze tijd door de geesteswetenschap antroposofie opnieuw toegankelijk heeft gemaakt.
Op ingetogen maar duidelijke wijze beschrijft de auteur wat onze ziel ondervindt, als die het aardse lichaam verlaat en de drempel overgaat. Gelardeerd met veel boeiende en tot nadenken stemmende citaten, variërend van veel van Steiner zelf, J.A. Findlay, Leo de La Houssay en Goethe om maar enkele te noemen, neemt Renée Zeylmans haar lezers mee op de reis door de geestelijke wereld. Ze gidst ons door het Kamaloka, loodst ons langs, of beter gezegd door de Hemelse Hiërarchieën, geeft inzicht in de verschillende Engelenrijken, trekt langs de planetensferen en keert tot slot weer terug naar het aardeleven.

Wat moet je ermee, zal menig scepticus zich afvragen. Leven na de dood? Nee, zorg maar dat je leeft vóór de dood – om de nieuwe slogan van het Humanistisch Verbond te parafraseren. En daarin ligt precies de kracht van dit boek van Renée Zeylmans. Ze informeert de lezer niet alleen kundig over de fase pal na de dood, over de hiërarchieën en planetensferen, ze vertelt ook wat we kunnen doen om onszelf voor te bereiden op het leven na het aardse leven en vooral wat het nut is van deze voorbereiding. Daarbij beschrijft ze op de integere en vaak vragende wijze die haar stijl kenmerkt, hoe wij ons tijdens ons aardse leven kunnen verbinden met de geestelijke wereld, en hoe we kunnen herkennen wat we niet kennen.

‘De relatie tussen levenden en gestorvenen is een sociaal vraagstuk. Het meest dringende sociale vraagstuk voor de huidige en komende tijd', citeert ze Rudolf Steiner, als ze ingaat op het belang van wederzijds contact tussen beide werelden. ‘Het zou kunnen zijn', filosofeert de auteur, ‘dat de met ons verbonden dierbare gestorvenen nu reeds bekend zijn nmet wat wij, die nog op aarde zijn, ons voorgeboortelijk hadden voorgenomen. En dat zij, uit pure liefde, ons bijstaan om ons daar bewust van te maken. (…) Als we er een oor voor hebben, kunnen de gestorvenen ons hierbij helpen. Dan kunnen we elkaar wederzijds bijstaan en vanuit dat bewustzijn wellicht een steentje bijdragen tot opbouw van een planeert van liefde en saamhorigheid'.

Na de dood, hoe bereiden we ons voor op het leven na dit leven? Is een reisgids voor de tocht door de geestelijke wereld, waarvan de reiziger in spe blij zal zijn dat hij hem heeft aangeschaft. Waneer de tocht begint hoeft niet duidelijk te zijn, ook de koffers hoeven niet gepakt te staan, het lezen zelf geeft stof genoeg om te overdenken en mee aan de slag te gaan.

Door Ingrid Gouda Quint uit: Motief Maandblad voor Antroposofie, februari 2013

print deze pagina...

© Renée Zeylmans 2017